Wettelijk kader
De Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten scheppen het wettelijk kader voor de financiën van gemeenten.
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn eisen gesteld aan de specifieke informatie die moet zijn opgenomen in de financiële begroting. De bedoeling hiervan is om de transparantie van de gemeentelijke begroting te verhogen. Deze verplichte onderwerpen zijn de uitgangspunten voor de structuur van de programmabegroting:
- Het overzicht van baten en lasten in de begroting.
- De uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting.
Provinciaal toezicht
De provincie heeft de taak toezicht te houden op de gemeenten. Om in aanmerking te komen voor de meest lichte vorm van toezicht (repressief toezicht) hebben Gedeputeerde Staten de volgende uitgangspunten geformuleerd:
- De begroting 2026 moet in evenwicht zijn of, als dat niet het geval is, moet de meerjarenraming aannemelijk maken dat dit evenwicht in de eerstvolgende jaren tot stand wordt gebracht.
- De jaarrekening 2025 moet in evenwicht zijn; als de jaarrekening niet in evenwicht is, kan dat, afhankelijk van de aard en/of omvang van het tekort, van invloed zijn bij de bepaling van het toezichtregime.
- De vastgestelde jaarrekening 2025 en de begroting 2026 moeten tijdig, respectievelijk vóór 15 juli 2026 en 15 november 2025, aan de provincie zijn toegezonden.
Met het hiervoor genoemde evenwicht wordt 'materieel evenwicht' bedoeld. Dit houdt in dat structurele lasten moeten worden gedekt door structurele baten.
Door vaststelling van de jaarrekening in de vergadering van juli 2025, tijdige inzending en het materiële evenwicht van de jaarrekeningen wordt aan de eisen voldaan.
