Doelstellingen
Met de omgevingsvisie sturen wij aan op een duurzame, toekomstbestendige gemeente. Het doel daarvan is dat ook toekomstige generaties kunnen voorzien in hun eigen behoeften. Dit ligt in lijn met het klimaatakkoord van Parijs en de Europese en nationale doelstellingen die daaruit voortkomen. In die duurzame, toekomstbestendige gemeente:
- draagt de energievoorziening niet meer bij aan klimaatverandering;
- wordt de biodiversiteit behouden en versterkt door ecosystemen te beschermen;
- is de omgeving gezond, ook bij extreme weersomstandigheden;
- zijn materialen zoveel mogelijk afkomstig van hernieuwbare bronnen en worden ze steeds zo hoogwaardig mogelijk hergebruikt.
Om deze doelen te bereiken moeten we op een andere manier omgaan met onze energievoorziening, openbare ruimte en grondstoffen. Die veranderingen zijn zodanig van aard dat er sprake is van transities die effect hebben op de maatschappij als geheel. Deze transities hebben gevolgen voor toegepaste technieken, infrastructuur, regels, economische verdienmodellen, organisatievormen en gedrag. Dat gaat niet vanzelf en overstijgt het individuele belang. Daarom heeft de overheid een belangrijke rol in het op gang brengen van deze transities. Daarvoor geven we, onder andere met Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI), het goede voorbeeld.
Programmatische aanpak verduurzaming
Wij zijn van mening dat toekomstbestendig denken en doen regulier onderdeel moet zijn van alle werkzaamheden, processen en beleidsinstrumenten. Voor de energievoorziening, biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit is dat nog niet voldoende gerealiseerd. Met een programmatische aanpak wordt hier aan gewerkt:
- Energietransitie
De ambitie om in 2050 een energieneutrale gemeente te zijn, is gezamenlijk met de gemeenten in Holland Rijnland vastgelegd (Energieakkoord HR 2017/2025) en uitgewerkt in de Regionale Energie Strategie (RES 1.0, juni 2021). De RES is lokaal vertaald in de Lokale Energiestrategie en Transitievisie Warmte (LES en TVW, medio 2021) en uitgewerkt in concrete projecten in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2022-2026 (UP). Hierbij werken we toe aan het uitfaseren van fossiele energiesystemen. Dat doen we door op het energiegebruik te besparen en energie duurzaam op te wekken. - Toekomstbestendige leefomgeving
De “landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving” beschrijft zes thema's die van invloed zijn op de (toekomstige) kwaliteit van de leefomgeving: biodiversiteit en natuurinclusiviteit, droogte, hitte, wateroverlast, bodemdaling en overstromingen. De verantwoordelijkheid voor de thema’s bodemdaling en overstroming ligt bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. De gemeente is verantwoordelijk voor de andere vier thema’s en betrekt die bij de het ontwikkelen van bouwlocaties en de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Met het Programma Water en Klimaat Adaptatie wordt invulling gegeven aan wateroverlast. De maatregelen uit dat programma dragen ook bij aan het tegengaan van droogte en hitte. Voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit worden een Soorten Management Plan opgesteld en er wordt een overkoepelend instrumentarium voor toekomstbestendig ontwikkelen ingericht als opvolger van methode DGO (Duurzame GebiedsOntwikkeling). - Circulariteit en grondstoffen
De landelijke doelstelling is om in 2030 de helft minder primaire grondstoffen te gebruiken en volledig circulair te zijn in 2050. Er is samenwerking met de provincie Zuid-Holland op deze doelstellingen die regionaal zijn geïntegreerd in de Regionale Investeringsagenda van Holland Rijnland en het Uitvoeringsprogramma van de Duin en Bollenstreek/Economic Board. Dit geeft invulling aan de klimaat en grondstof ambities uit onze omgevingsvisie. Voor de gemeente is dit vertaald in een Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie (2025-2028) met concrete acties die bijdragen aan meetbare doelen.
CDOKE
Voor de programmatische aanpak wordt gebruik gemaakt van de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Deze gelden moeten voor minimaal 90% worden ingezet voor capaciteit. Resterende middelen kunnen voor uitvoering gebruikt worden. Er is tot en met 2026 CDOKE budget beschikbaar. Het Rijk geeft aan dat er voor 2027 tot 2030 een vergelijkbare regeling opgezet wordt. Zodra deze regeling beschikbaar komt, doet de gemeente hiervoor een aanvraag.
Uitvoeringsorganisatie
In de huidige situatie is de uitvoering van duurzaamheid die gericht is op bewoners en bedrijven met verschillende opdrachten ingevuld. Dat zorgt voor een diffuus beeld voor bewoners en bedrijven als ze hulp zoeken om te verduurzamen. Door deze uitvoering te bundelen via één loket (een uitvoeringsorganisatie) ontstaat een eenduidig beeld voor bewoners en bedrijven en kan het vanuit de organisatie ook efficiënt en doelmatig aangestuurd worden. In 2026 start een uitvoeringsorganisatie vóór en dóór de Bollenstreek. Komende twee jaar worden de taken van dit “duurzaamheidscentrum” gecontroleerd op- en uitgebouwd.
