Programma 2. Leefomgeving

Duurzaamheid

2.2.4 Duurzaamheid

Doelstellingen
Met de omgevingsvisie sturen wij aan op een duurzame, toekomstbestendige gemeente. Het doel daarvan is dat ook toekomstige generaties kunnen voorzien in hun eigen behoeften. Dit ligt in lijn met het klimaatakkoord van Parijs en de Europese en nationale doelstellingen die daaruit voortkomen. In die duurzame, toekomstbestendige gemeente:

  • draagt de energievoorziening niet meer bij aan klimaatverandering;
  • wordt de biodiversiteit behouden en versterkt door ecosystemen te beschermen;
  • is de omgeving gezond, ook bij extreme weersomstandigheden;
  • zijn materialen zoveel mogelijk afkomstig van hernieuwbare bronnen en worden ze steeds zo hoogwaardig mogelijk hergebruikt.

Om deze doelen te bereiken moeten we op een andere manier omgaan met onze energievoorziening, openbare ruimte en grondstoffen. Die veranderingen zijn zodanig van aard dat er sprake is van transities die effect hebben op de maatschappij als geheel. Deze transities hebben gevolgen voor toegepaste technieken, infrastructuur, regels, economische verdienmodellen, organisatievormen en gedrag. Dat gaat niet vanzelf en overstijgt het individuele belang. Daarom heeft de overheid een belangrijke rol in het op gang brengen van deze transities. Daarvoor geven we, onder andere met Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI), het goede voorbeeld.

Programmatische aanpak verduurzaming  
Wij zijn van mening dat toekomstbestendig denken en doen regulier onderdeel moet zijn van alle werkzaamheden, processen en beleidsinstrumenten. Voor de energievoorziening, biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit is dat nog niet voldoende gerealiseerd. Met een programmatische aanpak wordt hier aan gewerkt:

  • Energietransitie
    De ambitie om in 2050 een energieneutrale gemeente te zijn, is gezamenlijk met de gemeenten in Holland Rijnland vastgelegd (Energieakkoord HR 2017/2025) en uitgewerkt in de Regionale Energie Strategie (RES 1.0, juni 2021). De RES is lokaal vertaald in de Lokale Energiestrategie en Transitievisie Warmte (LES en TVW, medio 2021) en uitgewerkt in concrete projecten in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2022-2026 (UP). Hierbij werken we toe aan het uitfaseren van fossiele energiesystemen. Dat doen we door op het energiegebruik te besparen en energie duurzaam op te wekken.
  • Toekomstbestendige leefomgeving
    De “landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving” beschrijft zes thema's die van invloed zijn op de (toekomstige) kwaliteit van de leefomgeving: biodiversiteit en natuurinclusiviteit, droogte, hitte, wateroverlast, bodemdaling en overstromingen. De verantwoordelijkheid voor de thema’s bodemdaling en overstroming ligt bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. De gemeente is verantwoordelijk voor de andere vier thema’s en betrekt die bij de het ontwikkelen van bouwlocaties en de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Met het Programma Water en Klimaat Adaptatie wordt invulling gegeven aan wateroverlast. De maatregelen uit dat programma dragen ook bij aan het tegengaan van droogte en hitte. Voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit worden een Soorten Management Plan opgesteld en er wordt een overkoepelend instrumentarium voor toekomstbestendig ontwikkelen ingericht als opvolger van methode DGO (Duurzame GebiedsOntwikkeling).
  • Circulariteit en grondstoffen
    De landelijke doelstelling is om in 2030 de helft minder primaire grondstoffen te gebruiken en volledig circulair te zijn in 2050. Er is samenwerking met de provincie Zuid-Holland op deze doelstellingen die regionaal zijn geïntegreerd in de Regionale Investeringsagenda van Holland Rijnland en het Uitvoeringsprogramma van de Duin en Bollenstreek/Economic Board. Dit geeft invulling aan de klimaat en grondstof ambities uit onze omgevingsvisie. Voor de gemeente is dit vertaald in een Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie (2025-2028) met concrete acties die bijdragen aan meetbare doelen.

CDOKE  
Voor de programmatische aanpak wordt gebruik gemaakt van de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Deze gelden moeten voor minimaal 90% worden ingezet voor capaciteit. Resterende middelen kunnen voor uitvoering gebruikt worden. Er is tot en met 2026 CDOKE budget beschikbaar. Het Rijk geeft aan dat er voor 2027 tot 2030 een vergelijkbare regeling opgezet wordt. Zodra deze regeling beschikbaar komt, doet de gemeente hiervoor een aanvraag.

Uitvoeringsorganisatie
In de huidige situatie is de uitvoering van duurzaamheid die gericht is op bewoners en bedrijven met verschillende opdrachten ingevuld. Dat zorgt voor een diffuus beeld voor bewoners en bedrijven als ze hulp zoeken om te verduurzamen. Door deze uitvoering te bundelen via één loket (een uitvoeringsorganisatie) ontstaat een eenduidig beeld voor bewoners en bedrijven en kan het vanuit de organisatie ook efficiënt en doelmatig aangestuurd worden. In 2026 start een uitvoeringsorganisatie vóór en dóór de Bollenstreek. Komende twee jaar worden de taken van dit “duurzaamheidscentrum” gecontroleerd op- en uitgebouwd.

Wat willen we bereiken?   

Doel:   

In 2030 willen we 15% energiebesparing in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2014; in 2050 willen we een energieneutrale gemeente zijn. Het Uitvoeringsprogramma Energietransitie legt hiervoor de focus op isolatie, warmte en het opwekken van energie.

Wat gaan we daarvoor doen?  

Activiteit 

Activiteit omschrijving 

A1 

Via de Lokale Aanpak Isolatie blijven we inwoners met risico op energiearmoede ondersteunen met het krijgen van een beter geïsoleerde woning en een lager energierekening.  

A2

We stellen een Soortenmanagementplan (SMP) op zodat onder andere eenvoudiger geïsoleerd kan worden.

A4 

Samen met de Bollenstreek gemeenten verkennen we de haalbaarheid van een regionaal collectief warmtesysteem vanuit het project Duurzaam Warmtenet Bollenstreek.   

A5 

We zetten ons in om zoveel mogelijk daken gevuld te krijgen met zonnepanelen. Hiervoor werken we samen met de lokale energiecorporatie.

A6 

We werken samen met de netbeheerder aan het oplossen en voorkomen van netcongestie. Zo zijn we bezig met het verzwaren van het elektriciteitsnet in Sassenheim door de realisatie van een nieuw onderstation.

Wat willen we bereiken?   

Doel:   

We willen een gezonde, biodiverse en klimaatadaptieve leefomgeving waar het prettig verblijven is. Nu en in de toekomst.

Wat gaan we daarvoor doen?  

Activiteit 

Activiteit omschrijving 

B1 

We voeren de maatregelen voor het soortenmanagementplan uit (zie ook A2)

B2 

We stellen een programma toekomstbestendige leefomgeving op waarin de thema’s uit de landelijke maatlat uitgewerkt worden.

B3

Met de bewustwordingscampagne “Alle Tuinen Groen”,  met geveltuinen en adoptiegroen stimuleren en faciliteren we inwoners om te vergroenen met als doel de fysieke leefomgeving biodiverser en klimaatadaptiever te maken.  

B4

We voeren, in lijn met de landelijke cyclus, geactualiseerde stresstesten uit en voeren daarover de dialoog met maatschappelijke partners.

Wat willen we bereiken?  

Doel:   

We willen voldoen aan de landelijke doelstellingen op het gebied van circulariteit: 50% minder grondstoffen in 2030 en volledig circulair en klimaatneutraal in 2050. Hiervoor gaan we Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen, stimuleren we circulair en biobased bouwen en stimuleren we bedrijven en bewoners. 

Wat gaan we daarvoor doen?

Activiteit

Activiteit omschrijving

C1

We doen minimaal op niveau 1 ervaring op met de MVI-criteriatool.

C2

We vragen bij de helft van onze inkopen uit het inkoopjaarplan circulair uit.

C3

We vragen bij 25% van onze aanbestedingen in de grond, weg- en waterbouw circulair uit.

C4

Bij sloop onderzoeken we bij minimaal 1 project de mogelijkheden om dat circulair te doen.

C5

In projecten streven we naar 50% losmaakbare constructies, bijv. 25% hergebruikte materialen en 25% biobased grondstoffen.

C6

We geven het goede voorbeeld door het opzetten van een energie- en CO2-managementsysteem.

Wat willen we bereiken?  

Doel: 

Het programmatisch werken aan duurzaamheid heeft tot doel om toekomstgericht denken en doen vast onderdeel te laten worden van alle (relevante) werkzaamheden. Door deze werkwijze te borgen in proces- en werkafspraken en regulier onderdeel te maken van de P&C cyclus kan er transparant gestuurd kan worden op de gestelde duurzaamheidsambities. 

Wat gaan we daarvoor doen?  

Activiteit 

Activiteit omschrijving 

D1 

We investeren in ontwikkeling van kennis en ervaring van medewerkers.

D2

We vervangen ons instrument Duurzame GebiedsOntwikkeling door een actuele en in de markt veel gebruikte versie. Met dat nieuwe instrument concretiseren en borgen we duurzaamheid in de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, de LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte), anterieure overeenkomsten en de werkprocessen. 

D3

We onderzoeken de mogelijkheid om samen te werken met verschillende actoren (initiatiefnemers, welzijnswerk, MKB en andere relevante partijen) om de vele lokale initiatieven die gericht zijn op energie besparen en -opwekken, vergroening en circulaire economie te bundelen.

Wat willen we bereiken?  

Doel: 

Goede samenwerking met de Omgevingsdienst West-Holland om de leefomgeving gezond en veilig te houden. 

Wat gaan we daarvoor doen?  

Activiteit 

Activiteit omschrijving 

E1 

We voeren regie op de Omgevingsdienst West-Holland  en de taken die door hen worden uitgevoerd. 

Samenwerkingspartners

Verbonden partijen

Overige samenwerkingspartners

Omgevingsdienst West-Holland

Provincie Zuid-Holland
RES Holland Rijnland
Liander
Circulair West
Energiecoöperatie
Hoogheemraadschap Rijnland

Voor informatie over de verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf Verbonden partijen.

Deze pagina is gebouwd op 12/23/2025 11:32:17 met de export van 12/23/2025 11:21:38